België anno 1914

Hoe zag België er uit in 1914? 75 jaar na zijn onafhankelijkheid was het een relatief welvarende natie, de vijfde economische grootmacht ter wereld!

België was in 1831 onafhankelijk geworden van het Koninkrijk der Nederlanden en moest neutraal blijven krachtens het Verdrag van Londen (1839). De neutraliteit werd gegarandeerd door Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland en Pruisen. In de Europese salons werd beslist dat Leopold van Saksen-Coburg koning zou worden van de nieuwe bufferstaat, België.

Economische grootmacht

Vijfenzeventig jaar later regeerde de achterkleinzoon van de eerste Belgische koning, Albert van Saksen-Coburg, over een land van 7,5 miljoen inwoners, daarmee het dichtst bevolkte land van de toenmalige wereld. Door de sterke industrialisatie was België de vijfde belangrijkste economische macht van de wereld en de Antwerpse haven zelfs de tweede belangrijkste haven na New York, maar voor Londen, Hamburg en Rotterdam. Daarenboven had het een zeer uitgebreid spoorwegstelsel en hierdoor fungeerde Antwerpen zowat als uitvoerhaven voor de zware industrie in het Duitse Ruhrgebied.

Het was echter vooral in Wallonië dat de industrialisering plaatsgreep, met alle gevolgen van dien: een trek naar de steden en het ontstaan van een verpauperd proletariaat. Vlaanderen bleef een wat achtergestelde landbouweconomie met hier en daar textiel- en vlasindustrie. In 1878 werd de kinderarbeid afgeschaft. De arbeidsomstandigheden bleven in werkelijkheid abominabel met werkdagen van meer dan 12 uur en werkweken van 60 uur of meer, tegen een laag loon.

De industrie had veel welvaart gebracht, maar niet alle Belgen konden daar in gelijke mate van profiteren.

Politiek

Politiek was België in de 19de eeuw een democratie met twee grote partijen: de conservatief-christelijke Katholieke Partij en de liberaal-vrijzinnige Liberale Partij. Sinds de oprichting van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) in 1885 en de groei van vakbonden kregen de beide 'burgerlijke' partijen ook tegenwind in het parlement. Er was nog geen algemeen stemrecht, maar algemeen meervoudige stemplicht.

Koning Albert IPremier Charles de BroquevilleOp 24 mei 1914 (amper 6 weken voor het begin van de inval van de Duitse troepen) hadden er parlementsverkiezingen plaats voor 88 van de 186 zetels: dit resulteerde in de volgende uitslag voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers:

  • Katholieke partij behaalde 42,8 % en 41 zetels – totaal: 99 zetels
  • Liberale partij: behaalde 24,5 % en 20 zetels – totaal: 45 zetels
  • Belgische Werkliedenpartij: behaalde 30,3 % en 26 zetels – totaal: 40 zetels
  • Andere partijen: de Daensisten behaalden 1,7 % en 1 extra zetel – totaal: 2 zetels

Ondanks een verlies van 2 zetels, bleef de Katholieke Partij de grootste en bleef de regering onder leiding van de Kempense graaf Charles de Broqueville aan de macht. De Broqueville was sinds 1911 Eerste Minister en minister van Oorlog.

Voor het arrondissement Leuven zetelden 7 parlementairen: Frans Schollaert, Prosper Poullet, Léon Rosseeuw en Fernand baron de Wouters d'Oplinter (katholieken), Raoul Claes en Ignace Dony (liberalen) en Jean Triau (socialist).

Stad versus platteland

In 1914 telde België 7,6 miljoen inwoners, en het was daarmee het dichtst bevolkte land ter wereld. Ondanks de sterke industrialisering, woonde 6 op de 10 Belgen nog steeds op het platteland. Daarvan verdiende slechts een derde hun brood in de landbouw, de anderen werkten als dagloner in de industrie of in de stad. Steeds vaker verhuisden arme mensen naar de stad, waar zij in achterbuurten een verpauperd proletariaat vormden.

Nochtans groeide in de steden ook de middenstand en de kleinburgerij: meestal beperkte de stad zich binnen de contouren van de middeleeuwse wallen, waar nu de ‘Vesten’ liggen. Van randgemeenten was nog geen sprake: zo waren Heverlee en Kessel-Lo nog groene landbouwgemeenten aan de grens van de Stad Leuven. De agglomeratie Brussel telde nog maar 250.000 inwoners en in Sint-Agatha-Berchem en Etterbeek bestond er zelfs nog landbouw.

Welzijn en onderwijs

De kinderarbeid mocht dan al afgeschaft zijn (in 1878 reeds), de arbeidsomstandigheden waren nog altijd abominabel in België. Werkdagen van meer dan 12 uur en werkweken van 60 uur per week waren meer regel dan uitzondering, terwijl ook de lonen laag bleven.

De socialistische arbeidersbeweging roerde zich reeds vanaf 80-er jaren, nadat het cijnskiesrecht vervangen werd door het meervoudig algemeen kiesrecht. Ook de christelijke vakbond groeide na de encycliek Rerum Novarum (1896) sterk in het rurale Vlaanderen.

Daags voor het uitbreken van de oorlog, in mei 1914, werd de leerplicht ingevoerd voor kinderen tussen 6 en 12 jaar. Maar het zou nog tot ver na 1920 duren eer alle kinderen, die in vele arbeidersgezinnen mee zorgden voor het karig inkomen, naar school zouden gaan.

Dagelijks leven

De gewone bevolking bleef in België anno 1914 zijn hele leven onder de kerktoren. Dit wil zeggen: in eigen dorp of stad, en meestal ook onder de hoede van de plaatselijke pastoor en de notabelen, zeker op het platteland. Het standenverschil was groot en er gaapte daarenboven een kloof tussen het eentalig Franstalige bestuur (ook in het leger, het gerecht en de kerk) en de 50 % Vlaamstaligen, die meestal alleen een plaatselijk dialect spraken.

Maar er was ook fysisch gebrek aan mobiliteit: auto’s waren nog een zeldzaamheid, op de steenwegen zag je vooral verkeer met paard en kar en enkelingen op de fiets. Maar er was “den IJzeren weg”: België is na Engeland het eerste land op het Europese continent dat een spoorinfrastructuur ontwikkelde. De spoorweg vormde een geweldig alternatief vooral voor de mobiliteit van de ‘werkende mens’. Reizen daarentegen is alleen voor de ‘happy few’ weggelegd, het jaarlijks verlof is nog niet ingesteld en toerisme is vrijwel onbestaand.

Lees meer over België en Bierbeek anno 1914 in ons boek 'Bierbeek 1914-1918'.

Meer lezen
  • Sophie De Schaepdrijver, De Groote Oorlog
  • het Koninkrijk België tijdens de eerste wereldoorlog, Atlas Antwerpen - Amsterdam 1997.
  • August De Winne, Door arm Vlaanderen, Kritak Leuven 1982.
  • Fotoarchief gemeente Bierbeek
  • www.google.be

Liebrecht Salen (voor de werkgroep Oorlog & Vrede). Vrije bewerking van Bierbeek 1914-1918, deel 1, blz. 22-23.